Heleen Hollenberg Regressiepraktijk

Verwerk je (onbewuste) trauma's en ervaar de kracht van je ware zelf

Tijdens deze Corona-crisis is mijn praktijk geopend. Voordat je naar me toe komt ontsmet ik het toilet, de trapleuning en de deurklinken. Tijdens de sessie houd ik zoveel mogelijk anderhalve meter afstand. Als één van ons Corona-achtige klachten krijgt verzetten we de sessie.

Omdat we een puppy in huis hebben werk ik voorlopig alleen op doordeweekse avonden en in het weekend.

Casussen

De hieronder beschreven casussen komen uit mijn praktijk. De verhalen zijn geanonimiseerd, wat wil zeggen dat ik de naam van de cliënten niet noem en dat ik details die duidelijk naar hun persoon verwijzen heb weggelaten. De cliënten hebben me toestemming gegeven om hun casus op deze manier te publiceren.

Casus 1: De macht van vader

Er komt een vrouw van 58 bij me die een probleem heeft met haar vader. Hij is een ontzettend egocentrische man, die regelmatig heel kwetsende, botte opmerkingen maakt. Dat erkent iedereen, ook haar broers en zussen, maar die halen na zo’n opmerking hun schouders op en denken: “Zo is hij nu eenmaal.” Maar niet deze vrouw, die raakt van zo’n opmerking helemaal over haar toeren. Dan zit ze na zo’n opmerking van hem weer te huilen als ze teruggaat naar huis.  Ze snapt er niets van. Ze weet verstandelijk heel goed dat hij nu eenmaal een domme, botte man is, maar waarom heeft hij emotioneel dan zo’n macht over haar? Daar wil ze verdorie wel eens vanaf: ze is al 58 en haar vader in de tachtig.

Hoe voelt ze zich als haar vader zo’n botte opmerking maakt? Ongelofelijk boos! Verdrietig en machteloos. Waar in haar lichaam voelt ze deze emoties? In haar buik en haar keel. Ik vraag haar in gedachten terug te gaan naar de eerste keer dat ze deze emoties zo ervaart. Dan komt ze als 18-jarige net terug uit het buitenland. Het blijkt dat ze ongepland zwanger is van haar buitenlandse vriendje. Voordat ze tijd heeft om van de schrik te bekomen en na te denken over wat ze met het kindje wil, heeft haar vader de abortus al geregeld. De huisarts, haar moeder, haar vriend en zijn ouders, iedereen heeft hij er al in betrokken. Hij heeft de afspraak in de kliniek al gemaakt. Hij voelt zichzelf heel wat en de 18-jarige voelt zich als een klein kind dat naar haar kamer wordt gestuurd. Niemand vraagt naar haar gevoelens en wat zij wil. Ze concludeert dat haar gevoel nu even niet belangrijk is en stopt het weg. Ze ondergaat de abortus in een shocktoestand. De artsen in de kliniek zijn lief voor haar, maar spreken niet over emoties. Iedereen zegt dat dit het beste voor haar is, dus dat zal dan wel zo zijn. Ze kan alleen maar volgzaam zijn. Na de abortus ligt ze in elkaar gekropen, haar handen om haar buik. Pas dan realiseert ze zich wat er gebeurd is. Ze is intens verdrietig om het verlies. Maar ze kan er met niemand over praten, wat maakt dat ze zich heel eenzaam voelt.

Ik vraag de vrouw in gedachten naar een plek te gaan waar ze zich prettig voelt. Dat is thuis in haar woonkamer. Vervolgens vraag ik de vrouw om zich voor te stellen dat haar 18-jarige zelf naar haar toe komt op deze plek. Deze 18-jarige is erg verdrietig. De vrouw laat merken dat ze haar begrijpt en troost haar. Dat voelt fijn. Dan vraag ik de vrouw om zich voor te stellen dat de vader van de 18-jarige ook naar hen toe komt. Dat is niet zo prettig voor de 18-jarige, maar de vrouw beschermt haar. Is er iets bij de 18-jarige dat niet van haar is, maar van haar vader? Ja, dat is een groen-gele bal in haar keel, die staat voor een blokkade, waardoor ze niets kan zeggen en haar emoties niet kan uiten. Ik laat de 18-jarige de bal uit haar keel nemen en teruggeven aan vader, die de bal mokkend aanneemt. De bal is weg uit de keel van de 18-jarige en ze voelt zich bevrijd. Wat is de 18-jarige verloren door haar vader? Dat is haarzelf en het kindje. Ik laat de vrouw zich voorstellen dat beiden naar de 18-jarige terugkomen. Een emotioneel moment voor de vrouw. Het ongeboren kind verschijnt als een klein meisje, dat heel wijs is. Ze begrijpt wat er is gebeurd, maar ze neemt niemand iets kwalijk. De 18-jarige omarmt haar ware zelf en haar kindje, die spontaan met haar versmelten. Meteen voelt ze zich heel krachtig. Daarop roept de vrouw verbaasd:

“Hè, mijn vader wordt héééél klein!”

Yes! Dit is een goed teken. De vader kan de 18-jarige niets meer maken. Hij heeft geen macht meer over haar. Ze wil dat hij vertrekt: triomfantelijk schopt ze hem de deur uit. De vrouw straalt. Toch kan ze het nog niet helemaal geloven:
“Denk je dat ik er nu vanaf ben?”
Ik antwoord glimlachend:  “Dat zit wel goed.”
Opgewekt gaat ze naar huis.

Een paar weken later krijg ik een email van haar. Ze heeft een heftige tijd doorgemaakt, want haar dochter is ernstig ziek geweest. Gelukkig is ze herstellende. Ze is ook nog langs geweest bij haar vader, die geen interesse toonde in hoe het met zijn kleindochter ging. In plaats daarvan zat hij zichzelf te beklagen. Eerder zou de vrouw overstuur zijn geraakt van zijn desinteresse, maar nu toonde ze geen enkel medeleven en zei:
”Ik heb wel wat beters te doen dan naar jouw geklaag te luisteren.”
Ze liep de deur uit en liet haar vader beduusd achter. Op de weg terug naar huis voelde ze zich geweldig. Ze zat luid mee te zingen met de radio in de auto. Mensen die haar zagen schoten in de lach. Ze wist het nu zeker: haar vader had geen macht meer over haar. Als bonus viel ze ook nog af, want ze had sinds de sessie geen behoefte meer aan snoep en zoutjes. Ze dacht dat ze altijd vrij fors was geweest, maar na de sessie besloot ze dat toch even te controleren. Ze pakte een foto van toen ze 18 was: een slank meisje.  En met 19: de kilo’s waren eraan gevlogen. Ze realiseerde zich dat ze dik was geworden van het emotie-eten. Ze bedankt me in haar email en besluit met:  “Dit had ik veel eerder moeten doen.”

 

Casus 2: Wolf

Er komt een 45-jarige man bij me, een nuchtere man zoals hij dat zelf zegt, werkzaam als project manager. De laatste twaalf jaar van zijn leven verlopen erg zwaar: hij heeft veel pijn in zijn hele lichaam, en daarbij lijdt hij aan depressie en burn-out. Vele specialisten en psychologen hebben de afgelopen twaalf jaar tevergeefs geprobeerd de oorzaak van zijn klachten te vinden. Onlangs heeft de man goede verhalen gehoord over regressietherapie en alhoewel hij vrij sceptisch is, wil hij graag proberen of hij op deze manier weer gezond kan worden.

Tijdens de sessie blijkt dat spanning de oorzaak van zijn klachten is. Deze spanning is ontstaan in zijn jeugd, doordat hij zich emotioneel heeft afgesloten van zijn afstandelijke moeder en narcistische vader, die hem verschrikkelijk kwetsen. Nooit tonen ze enige vorm van medeleven. Hij voelt zich verdrietig, eenzaam en onbegrepen. De rode draad door zijn leven is dat mensen hem laten stikken, als hij hulp nodig heeft. Letterlijk, want hij vertelt verontwaardigd dat hij als baby bijna is verdronken in zijn badje, terwijl zijn moeder was afgeleid door zijn zus.

Ik denk: “Mijn God, die man heeft op dat moment vast een bijna-dood ervaring (BDE) gehad! Dat is een ervaring die je leven enorm beïnvloedt, ook al ben je een baby en kan je je er later niets meer van herinneren. Daarom is het heel belangrijk om uit te zoeken of deze man inderdaad een BDE heeft gehad en zo ja, hoe die precies is verlopen.”

Ik vraag hem zichzelf te ervaren als baby die verdrinkt in bad. Hij voelt hoe hij in paniek raakt en stikt.
“En dan?” vraag ik verwachtingsvol.
“Ja, dan denk ik dat ik een lange donkere tunnel zie,” zegt de man.
Bingo! We zijn op het goede spoor. Hoe is dat voor hem daar in die tunnel? Het is er stil en hij voelt zich rustig. Dat klinkt inderdaad als een BDE. Nieuwsgierig naar wat hij zal ontdekken, moedig ik hem aan om verder te gaan in de tunnel.
“Hé, ik zie een hond,“ zegt de man.
“Een hond???” vraag ik verbaasd.
Dit is wel het laatste dat 
ik had verwacht. Interessant…
“Ja, een herdershond, onder water.”
Ga maar naar hem toe.”
De man kijkt moeilijk: “Dat gaat niet, hij zakt steeds verder weg in de diepte.”
Ineens barst deze nuchtere man in huilen uit. Ik vraag wat er gebeurt. Hij antwoordt geëmotioneerd:

“De hond verdrinkt!”

Onthutst vraag ik de man: “Wie verdrinkt er nou? Jij of de hond? Of ben jij de hond?”
“Dat weet ik niet!” snikt de man.
Ik vermoed dat de hond een deel van de man is, dus het is zaak dat we dat verloren deel van hem redden. Ik laat hem zich voorstellen dat hij, als degene die hij nu is, de hond uit het water haalt en naar het bos brengt, waar we de sessie in gedachten begonnen. Gelukkig loopt de hond daar al gauw vrolijk rond. Plots zegt de man enthousiast:

“Hé, maar dat is geen hond! Het is een wolf! Oh, dat vind ik zulke mooie dieren. Ik voel me heel erg met hen verbonden.”

Ik word ook enthousiast. Ik weet dat de wolf bij de Noord-Amerikaanse Indianen een krachtig totemdier is, dat symbool staat voor een gids en leraar. Dat is wat deze man is! De kracht van de wolf is zijn intuïtie: hij weet de weg. De man is het vertrouwen in zijn intuïtie kwijtgeraakt toen hij als baby bijna verdronk. Geen wonder dat hij burn-out heeft, want als hij niet kan vertrouwen op zijn intuïtie moet hij elke stap in zijn leven nemen door daar over na te denken. Dat kost gigantisch veel energie. Als hij zijn intuïtie volgt, zal zijn leven een stuk gemakkelijker worden. Om hem dat te laten voelen laat hem zichzelf ervaren als wolf. Ja, dat is een mooie ervaring, die heel krachtig voelt.
“Mooi! Maar waar is je roedel?” vraag ik.
“Ik hoor niet bij een roedel,” antwoordt de man. “Ik ben alleen.”
Vol ontzag roep ik: “Je bent een lone wolf! Dat zijn de allersterkste wolven. Niet veel wolven kunnen in hun eentje overleven.”
De man glimlacht bescheiden. Hij is een lone wolf, die weet dat hij het zelf kan. Dat maakt dat hij zich rustig en krachtig voelt. Hij heeft niemand nodig. Daarna is hij deels de man en deels de wolf in het bos. De wolf gaat hem, de baby die hij was toen hij verdronk en nog een aantal kinder-versies van hemzelf de weg wijzen, als leider van de roedel. De man lacht blij: hij is niet meer eenzaam. Met een goed gevoel verlaat hij mijn praktijk. Hij heeft zijn kracht en zijn ware zelf teruggevonden.


Casus 3: Thuiskomst na meer dan 100 jaar

De man van middelbare leeftijd kijkt me onderzoekend aan met zijn heldere ogen. Hij heeft op veel plekken op de hele wereld gewoond en als gevolg voelt hij zich overal en nergens thuis. Ook op relatiegebied is hij niet honkvast. Nu heeft hij een driehoeksrelatie met een vrouw die hij al jaren kent en een vrouw tot wie hij zich sinds kort erg aangetrokken voelt. Hij voelt een diepe band met deze laatste vrouw en daarom is hij naar me toe gekomen, om uit te zoeken of hij haar van een vorig leven kent. Maar als we de sessie willen beginnen bedenkt hij zich: zijn mislukte liefdesrelaties hebben het vertrouwen in hemzelf geschaad. Het is nu eerst zaak dat hij het vertrouwen in zichzelf terugvindt. Dit gebrek aan zelfvertrouwen veroorzaakt veel pijn en verdriet, wat hij voelt in zijn zonnevlechtchakra, tussen zijn navel en maag. Ik vraag hem naar de eerste keer te gaan dat hij deze pijn en dit verdriet zo ervaart.

De man komt in een vorig leven terecht, waarin hij als jongen van 12,13 jaar in een grot zit. Hij is verdwaald. Verward, bang en alleen ligt hij rillend in die kleine, donkere ruimte. Hoe komt het dat hij is verdwaald? Tja, hij had een akkefietje met zijn moeder. Het ging eigenlijk nergens over. Maar hij is een nogal koppig en heetgebakerd type, dus hij is boos het bos ingelopen, weg van huis. Nou komt hij wel vaker alleen in het bos, want hij gaat graag in zijn eentje op verkenning uit. Maar door de emotie heeft hij niet goed opgelet waar hij heen liep en op een gegeven moment merkte hij dat hij niets van zijn omgeving herkende. In eerste instantie ervaarde hij nog bravoure, want hij dacht dat hij er met zijn ervaring wel uit zou komen. Maar naarmate de tijd verstreek raakte hij steeds meer in paniek. Hij rende roepend en huilend door het bos, maar er was geen levende ziel te bekennen. Na dagen tevergeefs zoeken vond hij beschutting in deze grot. Daar ligt hij dan. Hij heeft niet in de gaten hoe uitgeput hij is.

“Kom je er nog wel uit, uit die grot?” vraag ik.
“Nee!” huilt de man.

Oeps. Hij is als die jongen in de grot langzaam weggekwijnd en overleden, zonder dat hij zich daar bewust van was. Het bewustzijn van de jongen zit als het ware vast in de grot, in angst en eenzaamheid. Het is een stuk bewustzijn waar hij nu, in zijn huidige leven, geen beschikking over heeft. Een enorm energie-lek. Het is zaak dat hij dit verloren stuk bewustzijn met zijn gehele bewustzijn herenigt. Daartoe vraag ik hem als de persoon van nu naar de jongen in de grot toe te gaan. De jongen reageert dolblij als hij de man ziet. De man troost de jongen en neemt hem mee naar een fijne plek. Dat is een open plek in het bos, waar kinderen aan het spelen zijn. Dit herkent de jongen! Hij rent op de kinderen af en gaat met hen spelen. Hier hoort hij thuis, hier wil hij blijven. Mooi, dat stuk bewustzijn lijkt weer op zijn plek te zijn.

Wanneer in het huidige leven van de man is dit vorig leven getriggerd? Dat is als hij zijn relaties verbreekt. Hij voelt zich verschrikkelijk verdrietig en schuldig dat hij zijn kinderen uit die relaties in de steek laat. Maar het ergste is dat hij zijn eigen moeder daarmee veel verdriet doet. Op een gegeven moment zegt ze dat ze het niet meer aan kan en dat ze dood wil. Twee jaar later sterft ze inderdaad aan kanker. Voor zijn moeder is dat prima, maar de man is er helemaal kapot van: zijn moeder was zijn alles. Hevig geëmotioneerd vertelt de man dat hij een rusteloos en eigenwijs kind was, dat regelmatig dingen kapotmaakte en ongelukken had. Zijn moeder bleef echter geduldig met hem en hield hem met rust, reinheid en regelmaat liefdevol op het rechte pad. Wat is het verband tussen deze situaties in zijn huidige leven en zijn vorige leven? Dat is spijt en schuld. Hij voelt zich schuldig naar zijn moeder in zijn huidige leven, omdat hij haar zoveel verdriet heeft gedaan. Bovendien heeft hij haar niet genoeg duidelijk gemaakt hoeveel hij van haar hield. Precies hetzelfde geldt eigenlijk voor zijn vorige leven. Dan wordt het hem ineens duidelijk:

Zijn moeder in zijn huidige leven is dezelfde als die in zijn vorige leven!

Emotie! Ik vraag de man zich te verbeelden dat hij op een fijne plek is. Dat is in het huis van zijn grootouders. Vervolgens laat ik hem zich voorstellen dat zijn moeder naar hem toe komt. Het is een emotioneel weerzien en ze omhelzen elkaar. De man kan eindelijk vertellen hoeveel hij van haar houdt, hoe erg hij haar mist. Zijn moeder glimlacht: het is goed. Waarom heeft ze ervoor gekozen om in dit leven weer zijn moeder te zijn? Omdat het vorige leven was afgekapt. In hun huidige leven hebben ze de kans gekregen om hun breuk te repareren en over hun schuldgevoel heen te komen. De man bedankt haar voor alles wat ze voor hem en het gezin heeft gedaan, waarna ze vertrekt naar waar ze vandaan kwam. De man is opgelucht en voelt de onvoorwaardelijke liefde van zijn moeder in zijn hart. Tenslotte vraag ik of de jongen uit het vorige leven en zijn moeder naar het grootouderlijk huis komen. De jongen ziet eruit als een lieve jongen, met halflang haar en lederhosen. De man vermoedt dat het leven ergens in de 19e eeuw in Duitsland of Oostenrijk is geweest. Zodra de jongen zijn moeder ziet vliegt hij haar in de armen. Er zijn geen woorden nodig. Blij en gelukkig gaan ze samen naar de open plek in het bos, waar ze wonen. De man lacht: hij heeft zich nooit ergens thuis gevoeld, maar nu voelt hij voor het eerst van zijn leven dat hij thuiskomt. Na meer dan honderd jaar is hij thuisgekomen in zichzelf.